Activiteit 25 – Wat gebeurt er nog meer in de wijk?

Activiteit 24 – in gedachten
23 april 2021
Activiteit 26 – Waar komt het geluid vandaan?
1 mei 2021
Laat alles zien

Activiteit 25

Wat gebeurt er nog meer in de wijk?

Leerdoel:

De kinderen kunnen begrippen die positie en richting aanduiden passief en actief gebruiken (positie en afstand: naast – op – om – aan – in – onder – links van – rechts van – bij – tegen – tussen – middenin – in het midden – aan de kant (van) – in een rij – in een kring – binnen – buiten – boven – beneden – voor – voorop – voorin – vooraan – achter – achterin – achterop – achteraan – vlakbij – dichtbij – weg – ver weg – schuin.
Richting: naar toe – hierheen – daarheen – op – eraf – over – door – onder – uit – omlaag – omhoog – omheen – opzij – langs – tot – vandaan – verder – voorbij – omgedraaid – andersom – achteruit – vooruit – voorover – heen en weer – schuin).

Waar?

In het lokaal.

Hoe?

– Gesprekjes met opdrachten in een kleine groep oudste kleuters.
– Deze activiteit is een vervolg op activiteit 23 (Wat gebeurt er in de wijk?)

Observatiepunten:

Kan het kind opdrachten uitvoeren aan de hand van begrippen zoals die onder ‘Leerdoel’ zijn genoemd?
Kan het kind routes beschrijven aan de hand van begrippen zoals die onder ‘Leerdoel’ zijn genoemd?

Materiaal:

de maquette van een zelfgebouwde wijk (zie activiteit 22)
een poppetje

Toelichting bij de activiteit:

In deze activiteit staat ‘de weg wijzen’ centraal. Vraag de kinderen hoe je dat het beste kunt doen.

Grijp dan even terug op activiteit 23. Daarin hebben de kinderen een route binnen de eigen wijk beschreven met de maquette van de wijk als steun. Leg de kinderen dan het volgende probleem voor: ‘Als ik de weg niet weet en ik wil naar onze school, maar ik sta hier bij de bushalte, kunnen jullie mij dan vertellen hoe ik moet lopen? Waar kom ik langs?’

Gebruik eventueel een poppetje dat jou voorstelt . Zet dit bij de bushalte in de maquette. Volg met het poppetje de route die de kleuters verwoorden. Als de aanwijzingen niet duidelijk zijn of elkaar tegenspreken, kun je dat laten zien door te doen alsof je in verwarring bent en vragen om betere aanwijzingen.

Wanneer de kleuters moeite hebben met het verwoorden van de route, mogen ze die ook aanwijzen. Maar blijf steeds het verwoorden stimuleren.

 

Tilburg, april 2021
Erica Ritzema

 

 

 

 

 

 

 

 

Onder redactie van: Hans Vermeer
Website/social media/vormgeving Lida Boonstra

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.