Activiteit 12 – Hoepeltje, hoepeltje op de grond …

Activiteit 11 – Moeder/vader zegt …
13 maart 2021
Activiteit 13 – Klein Duimpje
18 maart 2021
Laat alles zien

Activiteit 12

Hoepeltje, hoepeltje op de grond …

 

Leerdoel:

De kinderen kunnen begrippen die posities aanduiden actief gebruiken (zoals binnen-buiten-links van-rechts van-onder-boven).

Waar?

In de speelzaal.

Hoe?

Klassikaal of in een groepje. De activiteit vereist tempo, zodat de kinderen hun interesse niet verliezen.

Observatiepunten:

  • Kan het kind de genoemde begrippen correct gebruiken in bepaalde situaties?
  • Kan het kind opdrachten uitvoeren waarin de genoemde begrippen worden gebruikt?

Materiaal:

  • hoepel
  • banken
  • trommel

Toelichting bij de activiteit:

  • De kinderen staan of zitten in een kring. Leg in het midden van de kring een hoepel. Kinderen nemen nu aan de hand van opdrachten de juiste positie in ten opzichte van die hoepel. Daarop volgen telkens vragen die daar passief of actief taalgebruik aan koppelen.
  • Begin met een herhaling van activiteit 11. Geef een kind opdrachten om een positie in te nemen ten opzichte van de hoepel. Natuurlijk kunnen ook kinderen de opdrachten geven. De andere kinderen controleren of het goed gaat. Bijvoorbeeld:
    • Ga in de hoepel zitten met je voeten buiten de hoepel.
    • Zet een voet in de hoepel.
  • Laat een kind zelf een positie innemen ten opzichte van de hoepel en laat die positie verwoorden. De andere kinderen controleren weer of dit klopt.
  • Laat een kind zelf een positie innemen. Een kind uit de kring verwoordt wat hij/zij doet. Het kind met de hoepel controleert of zijn/haar positie goed verwoord wordt.
  • Vervolg de activiteit nu zonder hoepels. Ieder neemt posities in op zijn /haar plek. Hou het tempo erin door een trommel te gebruiken. Telkens als jij op de trommel slaat, eindigt een positie en start een nieuwe. Je kunt bijvoorbeeld op de trom slaan en de volgende opdracht geven:
    • kniel op één knie
    • ga op een been staan
    • ga op handen en voeten staan

(met gebruik van een muur)

  • ga tegen de muur staan
  • zet een voet tegen de muur
  • ga met je handen tegen de muur staan
  • ga met je neus tegen de muur staan.

(met gebruik van banken)

  • ga voor de bank staan
  • ga op de bank zitten
  • zet een voet op de bank
  • ga op je tenen op de bank staan
  • zet een voet voor en een voet over de bank
  • kniel voor de bank

Laat de kinderen naar nieuwe posities zoeken.

  • Als slot zitten de kinderen in een kring met een bank in het midden. Geef steeds twee kinderen samen een opdracht. Bijvoorbeeld:
    • Joost staat nu vóór de bank en Elke staat erop
    • Dirk en Peter geven elkaar over de bank een hand
    • Piet loopt over de bank en Lotte schuift er achteraan
    • Kees staat voor op de bank en Lieke achter

Kinderen die de beurt hebben gehad, kiezen zelf een nieuwe duo, totdat iedereen aan de beurt is geweest. In eerste instantie geef jij zelf de opdrachten, later kunnen ook andere kinderen dat doen (als ze dat willen).

 

 

Downloaden van alle activiteiten:  KLIK HIER -> ga naar de ledensite van de WSK-kleuteronderwijs.

 

Tilburg, maart 2021
Erica Ritzema

 

 

 

 

Onder redactie van: Hans Vermeer
Website/social media/vormgeving Lida Boonstra

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.